MoboReader> Literature > Robur de Veroveraar

   Chapter 16 No.16

Robur de Veroveraar By Jules Verne Characters: 16632

Updated: 2017-11-30 00:04


Waarin de lezer in eene onzekerheid gelaten wordt, die hij waarschijnlijk betreuren zal.

Het was toen twintig minuten na middernacht.

Vijf of zes geweerschoten waren nog van het luchtschip gelost geworden. Uncle Prudent en Frycollin hadden Phil Evans onder den arm genomen en een beschermende toevlucht achter groote rotsblokken gezocht.

Zij waren niet geraakt geworden en hadden voor het oogenblik niets te duchten.

De Albatros steeg, terwijl hij zich van het eiland verwijderde, al dadelijk tot eene hoogte van negen honderd meters op. Men had eene grootere opstijgingskracht moeten ontwikkelen, om te voorkomen dat het luchtschip in zee viel.

Op het oogenblik, dat de wachthebbende man, van zijn mondprop bevrijd, zijn eersten kreet slaakte, waren Robur en zijn eerste officier Tom Turner naar hem toegeijld, hadden hem van het stuk zeildoek, dat hem het hoofd bedekte, bevrijd en zijne banden losgemaakt. Daarna hadden zij zich naar de hut van Uncle Prudent en Phil Evans gespoed, maar deze leeg bevonden.

Van zijn kant had Fran?ois Tapage Frycollins hut doorzocht. Ook daarin was niemand te vinden.

Toen Robur vernam, dat zijne gevangenen ontsnapt waren, voelde hij een geweldig gevoel van toorn opwellen.

Door de ontsnapping van Uncle Prudent en van Phil Evans zou toch zijn geheim, zijne verpersoonlijking aan iedereen geopenbaard worden. Had hij zich ook al niet erg bekommerd over het schrijven, door Uncle Prudent, bij het overstevenen van Frankrijks hoofdstad, naar buiten geworpen, dan vond dat zijne oorzaak in de gedachte, dat dit papier zeer veel kans had geloopen bij den val verloren te zijn geraakt.... Maar thans!....

Hij hernam zijne bedaardheid evenwel:

"Zij zijn ontvlucht...." zei hij .... "nu, mij wel!"

"Denkt gij er zoo over?" vroeg Tom Turner.

"Wel zeker. Zij zullen zoo gauw het eiland Chatham niet kunnen verlaten"....

"Zij zullen er evenwel niet altijd blijven!"

"Over een paar dagen zal ik er terugkeeren!.... Ik zal ze opsporen!.... Ik zal hen weer gevangen nemen!.... En dan"....

"Ja dan!...." herhaalde Tom Turner, terwijl hij de vuist balde naar den kant van het eiland.

De redding der vluchtelingen was inderdaad al zeer weinig verzekerd. Wanneer de Albatros hare vrijheid van beweging en van sturen zou herkregen hebben, zou zij toch dadelijk naar het eiland Chatham, vanwaar de beide leden van Weldon-Institute zoo spoedig niet zouden kunnen vertrekken, weerkeeren. Binnen een half etmaal zouden zij weer in de macht van den ingenieur kunnen zijn.

Binnen een half etmaal?.... Maar, vóórdat twee uren voorbijgesneld zouden zijn, zou de Albatros vernietigd wezen. Was die dynamietpatroon voor haar niet als eene torpedo, die aan hare flanken gehecht was, en die het vernietigingswerk te midden van de lucht zoude volbrengen?

Intusschen wakkerde de bries al meer en meer aan en werd het luchtschip in noordoostelijke richting heengevoerd. Hoewel de snelheid van het luchtschip zeer matig was, zou het toch bij zonsopgang het eiland Chatham uit het gezicht verloren hebben.

Om tegen den wind in derwaarts terug te stevenen, was het een vereischte, dat de voortstuwers, althans die van het voorschip, in staat waren te werken.

"Tom!" riep de ingenieur.

"Master Robur?" antwoordde de eerste officier.

"Laat de verlichtingstoestellen met volle kracht werken, zoodat wij goed kunnen zien."

"Opperbest, master Robur!"

"En iedereen aan den arbeid!"

"Allen?"

"Ja, allen."

"Nu, daar zal ik voor zorgen."

Er kon geen quaestie meer van zijn, om het werk tot den volgenden morgen uit te stellen. Er mocht thans geen sprake meer zijn van vermoeidheid. Alle mannen aan boord deelden de hartstochten van hun opperhoofd. Geen enkele hunner was er, die niet tot alles in staat was, om de vluchtelingen op te sporen.

Zoodra de voorschroef hersteld en op hare plaats gebracht zoude zijn, zou men naar Chatham terugkeeren; men kon er weer ten anker gaan, men zou jacht op de vluchtelingen maken. Daarna zou men de herstelling der schroef van het achterschip beginnen en voltooien, en eindelijk zou het luchtschip volkomen veilig de reis naar het eiland X kunnen ondernemen.

Het was evenwel van belang, dat de Albatros niet te ver in noordoostelijke richting heengevoerd werd. Daarom kon het aanwakkeren der bries als eene betreurenswaardige omstandigheid beschouwd worden, omdat met de defecte machines er niet tegen ingewerkt en ook niet stil op de plaats gebleven kon worden.

Zonder zijne voortstuwingsschroeven was het luchtschip aan een onbestuurbaren ballon gelijk.

De vluchtelingen, die op de kust op uitkijk stonden, hadden de verzekering gekregen, dat de Albatros in de duisternis verdwenen was, voordat de uitbarsting had plaats gehad.

De bekende staat van zaken moest Robur met betrekking tot zijne plannen voor de toekomst wel eenigermate verontrusten. Was het bij voorbeeld wel zeker, dat hij zonder vertraging, zonder tijdverlies te ondervinden, het eiland Chatham weer zou kunnen bereiken? Hij besloot dan ook, terwijl de herstellingen met den meesten ijver werden voortgezet, naar de beneden luchtlagen af te dalen, in de hoop daar zwakkere windstroomingen aan te treffen. Wellicht was het mogelijk de Albatros in deze streken te handhaven, totdat zij krachtig genoeg zoude zijn om tegen de bries in te stevenen.

Die manoeuvre werd onmiddellijk ten uitvoer gelegd. Wanneer de bemanning van eenig zeeschip de bewegingen van dit gevaarte, hetwelk in zijn schitterende electrische lichtstralen gehuld was, had kunnen waarnemen, dan zouden voorzeker hun schrik en angst groot geweest zijn.

Toen de Albatros tot op een paar honderd voeten afstand van de oppervlakte der zee gedaald was, bleef zij zwevende.

Ongelukkig bespeurde men, dat de bries in die benedenstreken nog sterker doorstond en dat derhalve het luchtschip zich met nog meer snelheid van het eiland Chatham verwijderde. Het gevaar bestond dus, zeer ver in noordoostelijke richting medegevoerd te worden, waardoor de terugkeer naar dat eiland al meer en meer vertraagd moest worden.

Na die poging bleek het, dat het beter was in de bovenluchtlagen te verwijlen, waar de dampkring meer in evenwicht was. Daarom steeg de Albatros tot eene hoogte van gemiddeld drie duizend meters op. Al bleef zij daar niet stil op de plaats, dan was er het afdrijven toch minder snel. De ingenieur kon dus de hoop koesteren, dat hij bij het aanbreken van den dag van die hoogte, het eiland, waarvan hij de ligging met de grootste nauwkeurigheid had opgenomen, nog in het gezicht zoude hebben.

Wat de quaestie betrof, of de vluchtelingen een goed onthaal zouden gevonden hebben bij de inboorlingen, in het geval dat het eiland bewoond zoude zijn, daaromtrent bekreunde Robur zich in het geheel niet. Ook niet, wanneer die inboorlingen hun hulp verleenden. Dat kon hem niets schelen. Met de aanvals- en verdedigingsmiddelen van de Albatros zoude men hen wel spoedig schrik aanjagen en hen op de vlucht drijven.

De mogelijkheid van het opvatten der gevangenen was dus aan geen twijfel onderhevig, en eenmaal weer in zijne macht....

"Men ontsnapt niet van het eiland X," mompelde Robur.

Het was een uur na middernacht, toen de voortstuwer van het voorschip hersteld was. Het kwam er nu nog maar op aan, om hem weer op zijne plaats te brengen, hetgeen nog een uur werk zoude vereischen.

Daarna zou de Albatros weer koers zuidwest stevenen en zou men kunnen overgaan tot de herstelling van de schroef van het achterschip.

En die lont, die in de hut der vluchtelingen brandde?

Die lont, waarvan meer dan het derde gedeelte reeds door het vuur verteerd was!....

En die noodlottige vonk, welke de dynamietpatroon al meer en meer naderde!....

Voorzeker, wanneer de aandacht der bemanning niet zoo ingespannen bezig was gehouden, zou een hunner het zwakke geknetter vernomen hebben, dat in de roef gehoord werd.

Misschien zou de reukzenuw van een hunner de lucht van verbrand kruit opgevangen en zou de man zich daarover verwonderd hebben. Hij zou den ingenieur Robur of den eersten officier Tom Turner gewaarschuwd hebben. Men zou dan nasporingen in het werk gesteld en in die kooilade het gevaarlijke toestel gevonden hebben...

Het zou dan nog tijd geweest zijn, om die bewonderenswaardige Albatros en met haar

het leven van al de opvarenden te redden.

Maar die mannen arbeidden thans op het voorschip, dat wil zeggen op ruim twintig meters afstand van de roef van de vluchtelingen. Niets gaf hen aanleiding, om naar dit gedeelte van het luchtschip te komen, en ook niets kon hen afleiding van hun arbeid bezorgen, die daarenboven hunne geheele aandacht vereischte.

Robur bevond zich trouwens ook daar en verrichtte als behendig machinist, wat hij inderdaad was, in persoon handenarbeid. Hij drong op spoed aan, zonder evenwel iets te laten verwaarloozen; integendeel, hij zorgde dat alles met de meeste nauwgezetheid en zoo volmaakt mogelijk werd volvoerd. Was het niet een eerste vereischte, om zijn luchtschip weer volkomen in de hand te krijgen, dat alle deelen behoorlijk hersteld werden?

Wanneer hij er niet in slaagde, om de vluchtelingen andermaal in zijne macht te krijgen, dan zouden die toch eindelijk in hun geboorteland wederkeeren.

Dan zou men nasporingen verrichten en het eiland X zou waarschijnlijk daaraan niet ontsnappen. En dat zou het einde van dat bestaan zijn,-een bovennatuurlijk, verheven bestaan!-hetwelk die mannen van de Albatros in het leven geroepen hadden.

Tegen ongeveer kwartier na een uur trad Tom Turner op Robur toe en sprak:

"Master Robur, het komt mij voor dat de bries verflauwt en naar het westen draait."

"En wat doet de barometer?" vroeg Robur, na een blik van onderzoek op het uitspansel geworpen te hebben.

"Die daalt of rijst niet," antwoordde de eerste officier. "Maar, mij dunkt...."

"Spreek op, waarom aarzelt ge?"

"Mij dunkt dat de wolken beneden het luchtschip zakken, master Robur."

"Inderdaad, Tom Turner, en in dat geval zou het niet onmogelijk zijn, dat het op de oppervlakte der zee regende. Maar, om het even; als wij maar boven de regenzone blijven. Wij zullen dan niet in onzen arbeid gehinderd worden."

"Als het inderdaad regent, dan zal het slechts een fijne motregen zijn."

"Dunkt u?"

"Ik maak dat uit den vorm der wolken op-en het is zeer waarschijnlijk, dat de bries beneden geheel zal vallen."

"Dat denk ik ook, Tom," antwoordde Robur. "Toch geloof ik, dat het verkieslijk is hier nog in de hoogere luchtlagen te blijven."

"Zooals gij wilt, master Robur."

"Laten wij de herstelling van onze averij be?indigen, dan kunnen wij naar eisch, en werwaarts wij willen, koers stellen. Is dat ook niet uw oordeel?"

"Voorzeker, master."

Omstreeks twee uur was het eerste gedeelte van den arbeid uitgevoerd.

De voorschroef was op haar plaats gebracht. De electrische batterijen werden in werking gebracht, eerst matig, daarna sterker. Langzamerhand nam de Albatros in snelheid toe en na behoorlijk gewend te hebben, stevende zij met vrij vlugge vaart in zuidwestelijke richting, om het eiland Chatham op te zoeken.

"Tom," sprak Robur, "wij hebben gedurende twee en een half uur ongeveer noord-oost afgehouden. De wind is, zooals ik mij zoo-even bij het kompas overtuigd heb, niets of weinig veranderd. Ik denk dus binnen een uur hoogstens het eiland weer opgespoord te hebben."

"Dat denk ik ook, master Robur," antwoordde de eerste officier, "want wij leggen thans ongeveer twaalf meters in de seconde af. De Albatros zal dus tusschen drie en vier uur in den ochtend op haar uitgangspunt terug kunnen zijn."

"Des te beter, Tom. Wij hebben er belang bij, om des nachts aan te komen en te landen zonder gezien te worden...."

"Dat is waar."

"De vluchtelingen, die in de meening zullen verkeeren, dat wij ons ver, zeer ver noordoostwaarts zullen bevinden, zullen minder waakzaamheid betrachten. Wanneer de Albatros bijna op de oppervlakte van den bodem zal aangekomen zijn, zullen wij pogen haar achter eenige hooge rotsen van het eiland te verbergen. Dat kan niet moeilijk zijn."

"Dat is ook mijne meening."

"Vervolgens, al moesten wij ook eenige dagen te Chatham verwijlen...."

"O, die zullen ook wel door te brengen zijn, master Robur, en zelfs als wij genoodzaakt zullen zijn tegen een geheel leger van inboorlingen te vechten...."

"Zullen we vechten, Tom, vechten voor onze Albatros!"

"Juist, master Robur."

De ingenieur keerde zich toen naar zijne manschappen, die op nieuwe bevelen wachtten.

De kabel was al heel spoedig doorgesneden. (Bladz. 202).

"Vrienden," sprak hij, "het oogenblik om rust te nemen, is nog niet gekomen."

Allen knikten ten teeken van instemming met die uitspraak.

Dat was voor die acht mannen een val van drie duizend meters! (Bladz. 210).

"Wij zullen moeten werken totdat de dag aanbreekt."

Allen waren bereid.

Het gold thans de achterschroef dezelfde herstellingen te laten ondergaan als de voorschroef. Die had dezelfde averij bekomen, die door dezelfde oorzaak teweeggebracht was, dat wil zeggen: door het geweld van den storm gedurende den overtocht over het Zuider poolland.

Maar om die schroef binnen boord te kunnen halen, was het raadzaam de vaart van het luchtschip te remmen, ja het gedurende eenige minuten te laten deinzen.

Op bevel van Robur liet de machinist-leerling dan ook het werktuig achteruitslaan door de omwenteling van de voorschroef in de tegenovergestelde richting te laten volbrengen. Het luchtschip begon dus langzamerhand voor den wind af te vallen, zooals de zeemans-uitdrukking luidt.

Allen waren op het punt, om zich naar het achterschip te begeven, toen Tom Turner een vreemde lucht in den neus kreeg.

Dat waren de gassen der lont, thans in de kooilade opgehoopt, die langs de reten van de hut der vluchtelingen ontsnapten.

"He, wat ruik ik?" riep de eerste officier, terwijl hij die lucht sterk opsnoof,

"Wat is er?" vroeg Robur.

"Ruikt ge niets, master?...."

"Inderdaad."

"Het is, alsof er buskruit verbrand is."

"Waarachtig, Tom, ge hebt gelijk."

"Maar.... van waar komt die lucht?"

"Ja, van waar?"

De beide mannen roken met den neus in de lucht rond.

"Van daar!".... zei Tom Turner, terwijl hij den vinger naar het achterschip uitstrekte.

"Van waar?"

"Van de achterroef."

"Dat meen ik ook."

"Ja, van de hut der vluchtelingen."

"Zouden die ellendelingen gepoogd hebben brand te stichten?"

"O, als het maar brand was!...." riep Robur uit.

"Maar, wat dan in Gods naam?"

"Trap de deur open, Tom! Trap de deur open!"

Maar ternauwernood had de eerste officier een pas gedaan, om aan dat bevel te gehoorzamen, toen eene vreeselijke uitbarsting de Albatros tot in hare gebinten deed schudden. De roeven vlogen aan flarden uit elkander. De verlichtingstoestellen werden uitgebluscht, want de electrische stroom was verbroken, en een zwartdonkere nacht omgaf het ontredderde luchtvaartuig. Maar, hoewel het meerendeel der opstuwende schroeven verbogen en verbrijzeld waren, zoo bleven toch eenigen op het voorschip voortwentelen.

Plotseling barstte de romp van het luchtschip een weinig achterwaarts van de eerste roef. Het achtergedeelte verdween in de ruimte. De accumulatoren van het voorschip deden de voortstuwende schroef van het voorschip nog werken.

Maar bijna terzelfdertijd bleven de laatste opstuwende schroeven stilstaan en werd de Albatros in den afgrond gestort.

Dat was voor die acht mannen, die zich als schipbreukelingen aan dat wrak vastklemden, een val van drie duizend meters!

Daarenboven zou die val nog sneller, nog schrikkelijker worden, daar de voorstuwer van het voorschip, na zich loodrecht opgericht te hebben, nog werkte.

Toen liet Robur zich met eene buitengewone koelbloedigheid tot bij de ontredderde machineroef afglijden, greep den hefboom, die het werktuig in beweging moest brengen, en veranderde de richting van de omwentelingen der schroef, die toen van voortstuwend, opstuwend werd.

Hierdoor werd de val voorzeker vertraagd, hoewel niet veel. Maar het wrak viel niet meer met die aangroeiende snelheid, door de zwaarte en de aantrekkingskracht der aarde op vallende lichamen teweeggebracht.

Het was nog altijd de dood voor de bemanning der Albatros, daar zij in zee gestort werd; maar het was de vreeselijke dood door verstikking niet meer te midden van een dampkring, die door de snelheid van den val, niet meer tot inademing geschikt zoude zijn.

Tachtig seconden na de uitbarsting was alles, wat van de Albatros overbleef, in de golven van de Groote Stille Zuidzee verdwenen.

Free to Download MoboReader
(← Keyboard shortcut) Previous Contents (Keyboard shortcut →)
 Novels To Read Online Free

Scan the QR code to download MoboReader app.

Back to Top

shares