MoboReader> Literature > Robur de Veroveraar

   Chapter 11 No.11

Robur de Veroveraar By Jules Verne Characters: 20276

Updated: 2017-11-30 00:04


Waarin de toorn van Uncle Prudent, voorzitter van Weldon-Institute, aangroeit als de vierkanten van snelheid van de Albatros.

Als ooit de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans de hoop voelden tanen, om te kunnen ontvluchten, dan geschiedde dat zeker gedurende de eerste vijftig uren, die nu volgden. Duchtte Robur, dat de bewaking zijner gevangenen veel minder gemakkelijk zoude zijn gedurende dien overtocht over Europa? Dat is mogelijk. Hij wist evenwel en was er innig van overtuigd, dat zij vastbesloten waren, alles te ondernemen, alles te wagen om te ontvluchten.

Maar, hoe het ook zij, iedere poging zou thans met zelfmoord gelijk staan. Men kan uit een sneltrein, ja zelfs uit den Vliegenden Hollander1, of uit een bliksemtrein, die met eene snelheid van honderd kilometers in het uur voortijlt, springen, dat is alles wel beschouwd slechts het leven op het spel zetten; maar uit een vervoermiddel springen, dat tweehonderd kilometers in het uur aflegt, dat is de dood willen.

Nu was het die snelheid,-de grootste die zij kon erlangen,-welke aan de Albatros medegedeeld was. Zij overtrof de vlucht van de zwaluw, die honderd tachtig kilometers in het uur bedraagt.

Aan boord van het luchtschip had men moeten opmerken en ook inderdaad opgemerkt, dat de noordoosten wind bestendig was blijven doorstaan. Dat was voor den koers zeer gunstig geweest, daar deze steeds in dezelfde richting, namelijk westwaarts, was geweest. Maar die wind begon te vallen en weldra werd het onmogelijk om op het dek van het luchtvaartuig te verwijlen, omdat de snelheid van vaart de ademhaling belette, ja, als het ware afsneed. De beide gevangenen zouden zelfs op een gegeven oogenblik over boord zijn geworpen, wanneer zij niet door de luchtdrukking tegen hunne roef geplakt waren geworden.

Gelukkig bespeurde de roerganger door de trali?n van zijn hok, in welk gevaar zij verkeerden. Hij drukte op een knop, die eene electrische schel in het logies der manschappen deed weerklinken.

Vier hunner slopen of beter gleden toen al kruipende over het dek naar het achterschip.

Dat zij, die zich gedurende een storm op een zeeschip bevonden hebben, hetwelk met den wind op den kop bijgedraaid lag, hun geheugen eens raadplegen, dan zullen zij eerst begrijpen het geweldige van zoo'n drukking. Hier echter was het niet de storm, maar de Albatros zelve, die haar door hare onvergelijkelijke snelheid deed ontstaan.

Om kort te gaan, de vaart moest verminderd worden, hetgeen aan Uncle Prudent en aan zijn secretaris Phil Evans veroorloofde om hunne hutten te gaan opzoeken.

De Albatros vervoerde in het innerlijke harer roeven, zooals de ingenieur Robur terecht verzekerd had, eene in allen deele bruikbare lucht.

Maar welke stevigheid bezat toch dat toestel, dat het aan de drukking bij eene dusdanige plaatsverandering weerstand kon bieden? Die was buitengewoon!

Wat de voortstuwingsschroeven aan het voor- en het achterschip betreft, die bezaten eene zoodanige snelheid van omwenteling, dat men ze zelfs niet meer kon zien draaien. Met eene onmetelijke kracht van indringing schroefden zij zich als het ware in de luchtlaag.

De laatste stad, die men van boord waargenomen had, was Astrakan geweest, welke op een korten afstand van den noordelijken oever der Kaspische zee gelegen is.

De Ster der Woestijn-zooals haar een Russisch dichter genoemd heeft-is van den eersten rang, dien zij weleer innam, tot den vijfden of zesden afgedaald. Die eenvoudige hoofdplaats eener provincie had een oogenblik hare oude walmuren, bekroond met nuttelooze schietgaten, hare vervallen torens, te midden der stad gelegen, hare moskee?n, die aan meer moderne kerken grensden, hare kathedraal met vijf koepeldaken, die verguld en met blauwe sterren bezaaid waren, alsof zij uit een stuk van het firmament geknipt waren, in de verte vertoond; en dat alles was voorgekomen, alsof het in dezelfde waterpas gelegen was van de monding der Wolga, die daar ter plaatse eene breedte van ruim twee kilometers bedraagt.

Daarna, van dit punt af was de vlucht der Albatros als het ware niets anders dan een overijlden rit door de hoogere luchtlagen van den dampkring, alsof zij bespannen ware geweest met die fabelachtige hippogriffen of gevleugelde paarden, die met een enkelen wiekslag een uur gaans aflegden.

Het was tien uur des voormiddags van den 4den Juli, toen de Albatros noordwestwaarts opstevende en nagenoeg het dal der Wolga volgde.

Aan beide zijden konden de steppen der Don en der Ural, die voorbijschoven, ontwaard worden.

Wanneer het mogelijk geweest ware een blik te werpen op dat uitgestrekte grondgebied, dan zou men ternauwernood tijd gehad hebben, om de steden en de dorpen te kunnen tellen.

Toen eindelijk de avond gekomen was, passeerde het luchtschip Moskou, zonder evenwel de vlag, die op het Kremlin woei, te salueeren. In tien uren tijds had de Albatros de tweeduizend kilometers afgelegd, die Astrakan van de oude hoofdplaats van het groote Russische rijk scheiden.

De spoorbaan van Moskou naar Petersburg wordt gerekend twaalfhonderd kilometers lang te zijn. Dat was dus een reisje van een halven dag. De Albatros, nauwgezet als een sneltrein, bereikte dan ook Petersburg en de boorden der Newa tegen twee uur in den morgen. De helderheid van den nacht onder deze hooge breedte, waar de Juni-zon zoo vroeg opkomt en zoo laat ondergaat, veroorloofde gedurende een oogenblik van den aanblik dier hoofdstad te genieten.

Daarna volgden de Finlandsche Golf, de Abo-eilandengroep, de Oostzee, Zweden ter breedte van Stockholm, Noorwegen, ter breedte van Christiania.

Tien uren slechts voor deze twee duizend kilometers!

Waarlijk, men zou kunnen gelooven, dat voortaan geen menschelijke macht in staat ware om der snelheid van de Albatros paal en perk te stellen. Het was alsof zij ten gevolge der resultante van hare voortstuwingskracht met de aantrekkingskracht der aarde in eene onveranderlijke baan rondom den aardbol bevestigd was. Het luchtschip hield evenwel halt juist boven den beroemden waterval, de Rjukanfoss in Noorwegen. De Gousta-berg, welks top de bekoorlijke streken van het Telemarksche beheerscht, stond daar als een grenspaal, die niet overschreden zoude worden.

De Albatros koerste dan ook van dit punt af zuiver zuidwaarts, zonder evenwel hare snelheid te matigen.

En wat voerde Frycollin gedurende dien merkwaardigen tocht uit?

Frycollin bleef in zijne kajuit en hield zich stil als een muis. Hij trachtte den geheelen dag te slapen en maakte daarop slechts op de tijdstippen der maaltijden eene loffelijke uitzondering.

Dan hield hem Fran?ois Tapage, onze bekende kok aan boord, gezelschap en maakte gaarne van de gelegenheid gebruik, om met zijne angsten den spot te drijven.

"Waarlijk, mijn jongen," zei hij, "je schreeuwt dus niet meer?"

De neger bromde iets tusschen de tanden.

"Je moet je anders niet geneeren. Je weet, met een paar uren in die balie aan een lang touw, ben je er af!... Kan je dat niet bekoren?.... Niet?"

Frycollin zette een gezicht, alsof hij kiespijn had.

"Met de snelheid, die wij bezitten, moet zoo'n luchtbad een uitstekend middel voor de rheumatiek wezen! Lijd je aan rheumatiek?"

Frycollin knikte neen.

"Hoe jammer, niet waar? Je zoudt dadelijk genezen worden."

"Mij dunkt, dat bij die snelheid alles uit zijne voegen gerukt wordt," jammerde Frycollin.

"Dat is best mogelijk, mijn goede Fry. Maar weet je wat nogal geruststellend is?"

"Wat dan, master Tapage?"

"Dat is, dat wij zoo snel vliegen, dat, al ging de boel uit elkaar, wij toch niet vallen kunnen."

"Meent gij?"

"Op mijn woord van Gasconjer!"

Dat was het stopwoord van den luidruchtigen Franschman en daartegen was niets in te brengen.

Om evenwel de waarheid te zeggen en zonder in de overdrijving van Fran?ois Tapage te vervallen, dient toch vermeld te worden, dat, dank zij die overgroote snelheid, de arbeid der opstuwende schroeven veel gemakkelijker was. De Albatros gleed over de luchtlaag, die haar droeg, als ware zij een Congrevische vuurpijl.

"En zal dat lang duren?" vroeg Frycollin.

"Alles hangt af van hetgeen gij door lang verstaat."

"Lang, wat men lang duren noemt!"

"Och neen," antwoordde de snaaksche kok. "Eenvoudig gedurende het geheele leven!"

"O wee!...." riep de neger uit, die met zijne jammerklachten weer begon.

"Pas op, Fry, pas op!" zei Tapage, terwijl hij den vinger waarschuwend ophief.

De neger keek hem aan zonder met jammeren op te houden.

"Ja, pas op," vervolgde Fran?ois Tapage; "want de baas zou, zooals men in mijn land zegt, je wel weer eens op dien schommel kunnen zetten!"

Daarop slikte Frycollin met de dubbele portie vleesch, die hij in den mond stak, zijne zuchten in.

Intusschen hadden de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans, dat waarachtig geen mannen waren, om zich bij nuttelooze jammerklachten te bepalen, eene beslissing genomen.

Het was buiten kijf, dat eene ontvluchting tot de onmogelijkheden behoorde. Maar.... was het niet doenlijk om den voet op den aardbol te kunnen zetten, zoo rees de vraag: of men aan zijne bewoners de wederwaardigheden kon laten weten, die den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute getroffen hadden sedert hunne verdwijning, zoo ook wie hen ontvoerd had en aan boord van welke vliegende machine zij gevangen gehouden werden, om daardoor wellicht eene stoutmoedige poging hunner vrienden uit te lokken, ten einde hen uit de handen van dien Robur te bevrijden? Maar, groote God! op welke wijze moest die poging ten uitvoer gelegd worden?

Gemeenschap aanknoopen? Maar hoe en door welk middel?

Zou het voldoende zijn de in nood verkeerende zeelieden na te volgen, die een brief, waarin de plek der schipbreuk bekend gesteld is, in eene flesch sluiten en die in zee werpen?

Maar hier was de atmospheer de zee. Daarop zou die flesch niet drijven. Slagen was hier niet denkbaar, tenzij de flesch op een voorbijganger viel, op gevaar af hem de hersenpan te verbrijzelen. Neen, zoo'n flesch zou waarschijnlijk niet gevonden worden.

En toch hadden de beide gevangen

en slechts dit middel ter hunner beschikking, en zij waren op het punt daartoe eene flesch uit den scheepsvoorraad te bezigen, toen Uncle Prudent een anderen inval had. Hij snuifde, zooals men weet. En hoewel dat geene fraaie gewoonte is, zoo kan hem die toch als Amerikaan, die zich aan erger kon schuldig maken, vergeven worden. In zijne hoedanigheid van snuiver bezat hij natuurlijk eene snuifdoos,-die op dit oogenblik ledig was. Die snuifdoos was van aluminium vervaardigd. Wanneer die naar beneden geworpen was en zij werd door een eerlijk man gevonden, dan zou hij haar oprapen en haar naar een politie-bureau brengen. Daar zou men van den daarin besloten brief kennis nemen, die bestemd was om den toestand der beide slachtoffers van Robur den Veroveraar te onthullen.

Dat werd ten uitvoer gebracht.

De brief was kort, maar deelde toch alles mede, en gaf het adres van Weldon-Institute op, met het verzoek om hem daarheen te zenden.

Toen de voorzitter Uncle Prudent dat schrijven in de snuifdoos besloten had, omwikkelde hij deze met een stevigen linnen lap, zoowel om haar te beletten gedurende den val open te gaan, als om te voorkomen, dat zij door den schok verbrijzeld zoude worden.

Er bleef thans niets meer over, dan op eene gunstige gelegenheid te wachten.

En inderdaad, het moeielijkste van de onderneming was, om gedurende die dolle vlucht over Europa, uit de roef te komen, over het dek te kruipen, op gevaar af door den snijdenden luchtstroom medegevoerd te worden. En dat alles moest in het geheim geschieden.

Van eene andere zijde moest gezorgd worden, dat die snuifdoos niet in eenige zee, meer of ander water viel. In dat geval zou zij onherroepelijk verloren gaan.

Uncle Prudent boog zich over het boord der verschansing heen. (Bladz. 139).

Toch bestond de mogelijkheid voor de twee gevangenen, om door dit middel gemeenschap met de bewoonde wereld te verkrijgen. Dus het moest beproefd worden.

Maar het was thans dag. Het was beter den nacht af te wachten, om dan, hetzij eene vermindering van snelheid, hetzij eene kortstondige halt te benuttigen, ten einde buiten de roef te kunnen komen. Dan zou wellicht de verschansing ongemerkt bereikt kunnen worden, om de kostbare snuifdoos boven eene stad-niet anders dan boven eene stad te laten vallen.

Maar al waren alle die omstandigheden aanwezig geweest, dan nog zou het voornemen, althans dien dag-niet uitvoerbaar geweest zijn.

Toen de Albatros toch ter hoogte van den Gousta-berg het Noorweegsche vasteland den rug of beter den achtersteven toegekeerd had, had zij nagenoeg zuid gekoerst. Even buiten de kust gekomen, had zij den lengtegraad van Parijs gevolgd. Het luchtvaartuig stevende dus over de Noordzee langs hare geheele lengte-as, en veroorzaakte de grootste verbazing aan boord van de duizenden vaartuigen, die de kustvaart tusschen Engeland, Schotland, Noorwegen, Zweden, Rusland, Duitschland, Denemarken, Nederland, Belgi? en Frankrijk uitoefenden.

Wanneer de snuifdoos niet op het dek zelf van een van die vaartuigen viel, dan zou zij ongetwijfeld zinken.

Uncle Prudent en Phil Evans waren dus verplicht een gunstiger oogenblik af te wachten. Daarenboven zou zich weldra eene voortreffelijke gelegenheid voordoen.

Het was ongeveer tien uur in den avond, toen de Albatros de kusten van Frankrijk ter hoogte van Duinkerken bereikte. De avond was vrij somber. Gedurende een oogenblik kon men de electrische stralen van den vuurtoren op Griz-nez zich zien kruisen met die van den vuurtoren van Dover, welker beide lichttoestellen de geheele breedte van het Pas-de-Calais verlichten.

Daarna stevende de Albatros boven het Fransche grondgebied, terwijl zij zich op eene hoogte van duizend meters boven de oppervlakte van den grond hield.

Hare vaart was niet getemperd geworden. Het luchtschip snorde als een bom boven de zoo talrijke steden, dorpen en gehuchten in die rijke departementen van noordelijk Frankrijk. Steeds langs den meridiaan van Parijs voortijlende, waren het nu Duinkerken, Doulens, Amiens, Creil, Saint Denis, die als het ware daaronder voorbijschoten. Niets deed de Albatros van hare lijnrechte vaart afwijken. Het was ongeveer middernacht toen zij boven de Licht-Stad kwam, een naam, dien Parijs ten volle verdient, zelfs wanneer hare bewoners te bed zijn of zijn moesten.

Welke gril bracht den ingenieur Robur er toe om boven die wereldstad stil te houden? Wie zal dat ooit kunnen ontraadselen? Zooveel is zeker, dat de Albatros daalde, totdat zij de stad slechts op weinige honderden voeten naderde.

Robur trad toen buiten zijne kajuit en de geheele bemanning kwam toen op het dek en rondom de verschansing, zoowel om het heerlijke panorama te genieten, als om weer eens kalme lucht in te ademen.

Uncle Prudent en Phil Evans wachtten zich wel om de gelegenheid, die zich aanbood, te laten ontsnappen, zonder haar te benutten. Beiden zochten, na hunne roef verlaten te hebben, een eenzaam plekje op, om het meest gunstige oogenblik af te wachten. Vooral moesten zij vermijden, dat zij gezien werden.

De Albatros, aan eene reusachtige tor gelijk, gleed zacht over de groote stad. Zij doorliep de lijn der boulevards, welke toen zoo prachtig verlicht waren met de electrische toestellen van Edison. Het geraas der rijtuigen, die nog in de straten rondreden, steeg tot bij het luchtschip op, alsook het gerol en geratel der treinen op de talrijke spoorwegen, die zich als stralen naar Parijs richten.

Daarna kwam het gevaarte ter hoogte van de hoogste monumenten zweven, alsof het tegen den kogel, die het Pantheon bekroont, of tegen het kruis der Invaliden had willen stooten. Daarna fladderde het van de twee minarets van het Trocadero tot aan den metalen toren op het Champ de Mars, welks overgroote reflector de geheele hoofdstad met electrisch licht overstroomde.

Die luchtwandeling, dat nachtelijk flaneeren duurde ongeveer een uur. Het was als een rustpunt in den dampkring, alvorens de eindelooze reis te hervatten.

En waarachtig, de ingenieur Robur wilde waarschijnlijk aan de Parijzenaars het schouwspel van een hemellichaam verschaffen, dat niet door hunne sterrenkundigen voorspeld was. De verlichtingstoestellen der Albatros werden in werking gebracht en twee schitterende stralenbundels stortten zich uit over de pleinen, de squares, de tuinen, de paleizen, over de zestigduizend huizen der stad en verlichtten den gezichteinder van de eene kim tot de andere.

En de Albatros was ditmaal gezien geworden,-maar niet alleen gezien, ook gehoord; want Tom Turner had zijne trompet aan de lippen gebracht en overstelpte de stad met eene schetterende fanfare.

Uncle Prudent boog zich in dat oogenblik over het boord der verschansing heen, opende de hand en liet de snuifdoos vallen.

Bijna gelijktijdig steeg de Albatros in het luchtruim op.

Maar haar vergezelde in dien Parijschen hemel een oorverdoovend hoerah der menigte, die nog talrijk was op de boulevards.-Het was een hoerah van verbazing, hetwelk den grilligen meteoor gold.

Plotseling werden de verlichtingstoestellen van de Albatros buiten werking gesteld. Het duister heerschte wederom rondom het luchtschip evenals de vorige doodsche stilte. Toen werd weer vooruit gestevend met eene snelheid van tweehonderd kilometers in het uur.

Dat was alles wat men van Frankrijks hoofdstad te zien kreeg. Inderdaad niet veel.

Tegen vier uur in den ochtend had de Albatros het geheele Fransche grondgebied in schuine lijn overgestoken. Daarbij had zij, om geen tijd te verliezen met het overstijgen der Pyrenee?n of der Alpen, koers over de Provence gezet tot bij de uiterste punt van Kaap Antibes.

Tegen negen uur stonden de San Pietrini verzameld op het terras van de Sint-Pieterskerk te Rome en waren onthutst, toen zij het luchtschip over de Eeuwige Stad zagen heenstevenen.

Twee uren later wiegelde het een oogenblik, terwijl het de baai van Napels beheerschte, te midden der krullen van de rookwolken van den Vesuvius.

Eindelijk na de Middellandsche zee in schuinen koers overgestevend te zijn, werd de Albatros door de kustwachters van de Goulet op de Tunische kust geseind.

Na Amerika had het luchtschip Azi? bezocht. Na Azi?, Europa. Dat waren meer dan dertigduizend kilometers, die door het bewonderenswaardige luchtgevaarte in minder dan drie-en-twintig dagen afgelegd waren.

En nu, nu was het op het punt om de reis boven de bekende en onbekende streken van het Afrikaansche vasteland te ondernemen.

Misschien verlangt de lezer te weten, wat er van de beruchte snuifdoos geworden is, nadat ze door Uncle Prudent buiten boord geworpen was?

Die snuifdoos was in de Rivoli-straat vlak voor het huis, dat nummer 210 voert, neergekomen. Die straat was toen geheel verlaten. Den volgenden morgen werd die doos door eene eerlijke straatveegster opgeraapt, die haar naar de Prefektuur van Politie bracht.

Daar werd zij aanvankelijk als eene kleine helsche machine beschouwd, met ontplofbare stoffen gevuld. Zij werd eerst uiterst voorzichtig uit den linnen lap, die haar omwikkelde, ontrold, en toen met nog meer voorzichtigheid geopend.

Ja, eene soort uitbarsting had plaats.... De Chef der algemeene veiligheid, met die opening belast, had een vreeselijk niezen niet kunnen weerhouden.

Maar, daarna werd de brief uit de snuifdoos te voorschijn gehaald en tot algemeene verbazing las men het navolgende:

"Uncle Prudent en Phil Evans, de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute te Philadelphia zijn geschaakt en ontvoerd door het luchtschip van den ingenieur Robur. Doet daarvan mededeeling aan de vrienden en bekenden!

(w.g.) Uncle Prudent en Phil Evans."

Thans was het onverklaarbaar luchtverschijnsel eindelijk aan de bewoners der Beide Halfronden verklaard. Daardoor werd de rust en de kalmte aan de geleerden der talrijke Sterrenwachten, die over de geheele aarde verspreid zijn, weergegeven.

* * *

1 De Vliegende Hollander, zoo wordt genoemd een sneltrein tusschen Amsterdam en Rotterdam, vice-versa, die zonder eenige tusschenstations aan te doen, den afstand tusschen de beide koopsteden in een uur en tien minuten aflegt.

Free to Download MoboReader
(← Keyboard shortcut) Previous Contents (Keyboard shortcut →)
 Novels To Read Online Free

Scan the QR code to download MoboReader app.

Back to Top

shares