MoboReader> Literature > Robur de Veroveraar

   Chapter 8 No.8

Robur de Veroveraar By Jules Verne Characters: 30179

Updated: 2017-11-30 00:04


Waarin bespeurd zal worden, dat Robur eindelijk besluit, antwoord te verleenen op de gewichtige vraag, die hem gesteld is.

In een van de hutten van de achterroef hadden Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans twee heerlijke kooien of couchetten aangetroffen, alsmede linnengoed en verdere kleedingstukken in voldoenden voorraad, zoo ook mantels en de noodige reisdekens. Een Transatlantische stoomer zou hun niet meer gemakken hebben kunnen aanbieden. Als zij niet goed sliepen, dan had dit tot reden: òf minder goede wil van hun kant, òf werkelijke onrust, die hun nachtrust kwam storen.

In welk avontuur waren zij toch in Godsnaam verward geraakt?

Van welke reeks van proefnemingen waren zij genoodzaakt deel uit te maken, als deze woordspeling geoorloofd is?

Wat zou het einde van dat avontuur zijn, en wat wilde de ingenieur Robur eigenlijk toch?

Al die vragen gaven inderdaad aanleiding tot veel hoofdbreken.

Wat Frycollin betreft, die logeerde vooruit in eene hut, welke aan die van den kok van de Albatros grensde. Die nabuurschap was hem niet onaangenaam. Hij hield er van, om met de machtigen der aarde om te gaan. En in zijn oog was hij, die over de keuken heerschte, een zeer machtig persoon. Toch moet erkend worden, dat wanneer hij insliep, hij slechts droomde van vallen, van voortgeslingerd te worden, en dit veroorzaakte voortdurend bij den armen drommel eene afschuwelijke nachtmerrie.

En toch was er niets kalmers uit te denken, dan die reis te midden van een atmosfeer, welker stroomingen bij het vallen van den avond als het ware ingesluimerd waren. Buiten het frr frr en gedruisch der schroefbladen, was geen enkel gerucht in deze bovenluchtlagen waarneembaar. Soms werd een schel gefluit van eene locomotief, welke zich langs een of andere spoorbaan voortbewoog, vernomen, soms ook het gehuil van huisdieren, zooals honden en katten. Zonderling instinct bij die dieren! Zij voelden als het ware de vliegende machine over zich heen zweven en schreeuwden van angst bij haren overgang.

Den volgenden morgen-14den Juni-wandelden de voorzitter Uncle Prudent en Phil Evans om vijf uur reeds op het platform of beter gezegd op het dek van het luchtschip. Niets was sedert den vorigen dag veranderd: vooruit stond een man op uitkijk, achteruit stond de roerganger.

Waarom toch een man op uitkijk?

Was er dan eene botsing met een toestel van dezelfde soort te vreezen?

Klaarblijkelijk neen; want Robur had nog geen navolgers gevonden.

En wat de aanvaring met een luchtballon betreft, die in de ruimte zou zweven, de kans daartoe was zoo gering, dat die gerust buiten rekening mocht blijven.

In ieder geval zou dat des te erger voor den ballon zijn-de strijd van den ijzeren met den aarden pot. De Albatros zou van zulke aanvaring niets te duchten hebben.

Maar zou een ander gevaar kunnen voorkomen?

Ja, het was niet onmogelijk, dat de Albatros strandde als een gewoon schip, wanneer een berg, dien zij niet had kunnen omtrekken of daarvoor had kunnen uitwijken, haar den weg afsloot. Dat waren de luchtklippen, die ontweken moesten worden, zooals het schip de zeeklippen ontwijkt.

De ingenieur had, wel is waar, den koers opgegeven, zooals een gezagvoerder doet, en had daarbij rekening gehouden met de noodige hoogte, om de uitstekende toppen van de landstreek te kunnen vermijden. Maar daar het luchtschip nu weldra boven een bergachtig land zoude zweven, was uitkijken toch de boodschap, vooral voor het geval, dat het luchtschip eenigszins van den weg afdwaalde.

Toen zij de landstreek beschouwden, die onder hen als het ware voorbijdreef, ontwaarden Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans een uitgestrekt meer, waarvan de Albatros de uiterste punt, naar het zuiden gekeerd, ging bereiken. Zij maakten daaruit op, dat zij gedurende den nacht over het geheele Erie-meer in zijne volle lengte gezweefd hadden. Dus, daar het luchtschip nu meer rechtstreeks westwaarts aanhield, zou men weldra het uiteinde van het meer Michigan bereiken.

Onder de Albatros stortten zich vloeibare massa's in den vorm van een hoefijzer naar beneden. (Bladz. 86).

"Er is geen twijfel meer mogelijk, Uncle Prudent!" riep Phil Evans eensklaps uit.

"Waaromtrent is geen twijfel mogelijk, Master Phil Evans?" vroeg de voorzitter van Weldon-Institute steeds nurksch.

"Wel die verzameling van daken, dat is...."

"Welnu, dat is?"

"Chicago!"

"Och, kom! Waar dan toch?"

"Daar! daar! In westelijke richting!"

En, inderdaad, de secretaris Phil Evans vergiste zich niet. Dat was daar wel de stad, waarheen zeventien spoorwegen voeren, als zoovele stralen naar een centrum. Ja, dat was de koningin van het Westen, de groote vergaarbak van de landbouw- en nijverheidsvoortbrengselen van de Staten Indiana, Ohio, Wisconsin, Missouri en van al de gewesten, die het westelijk gedeelte van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika uitmaken.

Uncle Prudent, voorzien van een uitnemenden scheepskijker, dien hij in zijne hut aangetroffen had, herkende gemakkelijk de voornaamste gebouwen en monumenten der stad. Zijn lotgenoot was in staat hem de kerken, de openbare gebouwen aan te duiden, als ook de voornaamste der talrijke "elevators" of beter gezegd mechanische graanzolders. Hij toonde hem het onmetelijk h?tel Sherman, hetwelk zich eigenaardig genoeg als een grooten dobbelsteen voordeed, waarop de vensters honderden oogen op ieder der zichtbare vlakken vormden.

"Welnu, daar het dan toch Chicago zijn moet," zei Uncle Prudent, "zoo ligt daarin het bewijs, dat wij te veel westwaarts heengevoerd zijn, om...."

"Om wat?" vroeg de secretaris.

"Wel, om tot ons uitgangspunt terug te komen. Gij blijft toch steeds onbevattelijk, Phil Evans."

Deze keek boos; maar zweeg tegen zijne gewoonte in. Waarschijnlijk rekende hij, dat een gekibbel tusschen voorzitter en secretaris thans minder passend zoude zijn.

De opmerking van Uncle Prudent, hoewel barsch geuit, was toch volkomen juist. De Albatros verwijderde zich in rechte lijn van de hoofdstad van Pensylvani?.

Wanneer het evenwel Uncle Prudent's voornemen was geweest, van den ingenieur Robur te vergen, dat hij zijne gevangenen naar Philadelphia, dus in oostelijke richting, terug zou voeren, dan zou hem daartoe de gelegenheid ontnomen zijn, althans voor het oogenblik. Want de gezagvoerder van de Albatros scheen dien morgen volstrekt niet gehaast te zijn, om zijn kajuit te verlaten; hetzij dat hij zich met eenige werkzaamheden bezighield, hetzij dat hij nog sliep. De beide leden van Weldon-Institute waren derhalve genoodzaakt te gaan ontbijten, zonder hem gezien te hebben.

De snelheid van beweging was sedert den vorigen dag niet gewijzigd. Bij de doorstaande richting van den wind, die uit het oosten blies, was die snelheid geenszins hinderlijk, en daar de thermometer slechts één graad per honderd zeventig meters stijging daalt, was de temperatuur volkomen dragelijk. Onze voorzitter Uncle Prudent en onze secretaris Phil Evans wandelden dan ook, nadenkende en koutende, alsof zij straks niet verstoord op elkander geweest waren, en in afwachting dat de ingenieur Robur zoude verschijnen, het dek op en neer onder hetgeen men de schaduw zou kunnen noemen der schroefbladen, die toen in eene zoodanige draaiende beweging gebracht waren, dat hunne rondzwiepende uitstraling in een beeld versmolt, hetwelk den vorm eener half doorzichtige schijf aannam.

De Staat Illinois werd zoo langs zijne noordelijke grens in minder dan twee en een half uur voorbijgestevend of beter overzweefd. Men overschreed den Vader der Wateren, de Mississippi, waarop de stoombooten met hare twee verdiepingen, van uit die hoogte gezien, zich niet grooter voordeden dan als eenvoudige sloepen.

Daarna kwam de Albatros boven den Staat Jowa te zweven, en kreeg tegen elf uur in den morgen Jowa-City in het gezicht.

Eenige heuvel-ketens, in die streken "bluffs" genoemd, slingerden door het grondgebied van den Staat, zich in hoofdzaak van het zuid-oosten naar het noord-westen uitstrekkende en door de aardrijkskundigen als Prairi?n-Plateau aangeduid. De mindere hoogte van die heuvels maakte geene stijging voor het luchtschip noodzakelijk. Die bluffs daarenboven zouden weldra verdwijnen, om plaats te maken voor de onmetelijke vlakten van Jowa, die zich over het geheele westelijke gedeelte van dat grondgebied en over den Staat Nebraska tot aan den voet van het Rotsgebergte in de Staten Wyoming en Colorado uitstrekken.

Hier en daar werden rio's ontwaard, toevoerrivieren van de Missouri, die zelf eene nevenrivier van de Mississippi is en daarin bij Sint Louis uitmondt. Langs de oevers van die nevenrivieren ontwaarden de passagiers der Albatros steden en dorpen, die evenwel al zeldzamer en zeldzamer werden, naarmate het luchtschip het Far West naderde.

Niets bijzonders deed zich dien dag voor. Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans bleven geheel aan zich zelven overgelaten. Ternauwernood zagen zij Frycollin, op het voorschip, lui uitgestrekt, die daarbij nog de oogen sloot om maar niets te zien. En toch moet erkend worden, dat de neger volstrekt niet aan duizeligheid onderhevig was, zooals men soms mocht meenen. Daarenboven, die duizeligheid zou zich door gebrek aan gezichtssteunpunten niet hebben kunnen openbaren, zooals dat op den top van een hoog gebouw, bij voorbeeld een toren geschiedt. De afgrond trekt niet aan, wanneer men hem van uit een schuitje van een ballon of van het dek van een luchtschip beheerscht. Of beter uitgedrukt, het is geen afgrond, die zich onder den luchtreiziger uitholt, het is integendeel de gezichteinder, die stijgt en hem van alle kanten omgeeft.

Tegen twee uur stevende de Albatros boven Omaha op de grenzen van Jowa en Nebraska. Omaha-City kan als middelpunt gelden van den Stille Zuidzee-Spoorweg, die eene lange aaneengeschakelde baan van rails van vijftien honderd uren gaans vormt, getraceerd tusschen New-York aan den Atlantischen Oceaan en San-Francisco aan de Groote Stille Zuidzee.

Men kon voor een oogenblik de gele wateren van de Missouri-rivier ontwaren; daarna kreeg men de stad in het gezicht met hare houten geraamten met baksteenen aangevuld. Zij verscheen in dat rijke bekken als eene gesp aan den ijzeren gordel, die Noord-Amerika om het midden omsluit.

Terwijl de passagiers van de Albatros al die bijzonderheden opmerkten, moesten de bewoners van Omaha-City buiten allen twijfel ook het luchtschip, dat vreemdsoortige gevaarte opmerken, en voorzeker waren zij niet meer verbaasd bij dien aanblik dan de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute verwonderd waren over hunne eigene tegenwoordigheid aan boord.

In ieder geval zweefde daar eene onbetwistbare daadwerkelijkheid, die ongetwijfeld door de dagbladen van de geheele Vereenigde Staten besproken en gecommenteerd zoude worden.

Men zou thans de opheldering krijgen van het tot nu toe onverklaarbare, waarmede de geheele wereld zich bezig hield en waarin zij ten zeerste belang stelde.

De Albatros had een uur later Omaha-City overschreden.

Het bleek toen evenwel overtuigend, dat het vaartuig meer oostwaarts aanhield en zich daarbij van de Platte-rivier verwijderde, door welker dal de Pacific-Railway in de Prairie kronkelt. Zoo iets was niet geschikt, om den voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans genoegen te doen.

"Het schijnt dus ernstig te zijn," zei de een.

"Wat?" vroeg de andere.

"Dat plan om ons naar het land der tegenvoeters te voeren!"

"En dat tegen onzen wil!"

"Juist, tegen onzen wil!"

"O! dat die Robur oppasse!...."

"Ja, dat hij oppasse!"

"Want ik ben de man er niet naar," zei Uncle Prudent ziedend van toorn, "om hem zoo maar zijn gang te laten gaan. Neen, waarachtig niet!"

"En ik ook niet!" zei de secretaris. "Maar geloof mij, Uncle Prudent...."

"Wat moet ik gelooven, Phil Evans?"

"Tracht u te bedwingen."

"Mij te bedwingen!.... Duivels!...."

"Bewaar uwen toorn, tot het oogenblik, dat hij nuttig zal te voorschijn kunnen treden, dan zal zijne losbarsting effect sorteeren."

Tegen vijf uur zweefde de Albatros, na het Zwarte Gebergte, hetwelk met dennen en met ceders getooid is, overschreden te hebben, boven dat grondgebied, hetwelk men zoo terecht de Slechte Gronden van den Staat Nebraska genoemd heeft. Die Slechte Gronden bestaan uit een mengelmoes, een ware chaos van heuvels, die eene okerkleur vertoonen, van brokstukken van bergen, die men van boven zou hebben laten vallen en die zich bij hunnen val verbrijzeld zouden hebben. Van verre gezien, namen die blokken de grilligste vormen aan. Hier en daar, ontwaarde men nu eens alsof het een overgroot bikkelspel was, dan weer of het bouwvallen van groote steden uit de middeleeuwen waren, met kasteeltorens, met burchten voorzien van machicoulis en peperbusvormige bastions. Maar in werkelijkheid zijn die Slechte Gronden slechts een groot kerkhof, een onmetelijk knekelveld, waar de overblijfselen van dikhuidigen, van dieren, die tot de familie der zeeschildpadden behooren en, zooals beweerd wordt, zelfs van fossilen of voorwereldlijke menschengeslachten, die daar door de een of andere natuurkracht der eerste tijden verzameld werden, liggen te bleeken.

Toen de avond viel, was dat geheele bekken van de Platte-rivier overschreden. Nu spreidde zich de vlakte tot aan de uiterste grenzen van den gezichteinder uit. En die grenzen lagen ver, zeer ver verwijderd, nu de Albatros langzamerhand in hoogere luchtlagen gestegen was.

Gedurende den nacht werd geen scherp gegil der locomotieven of geen dieper geraas der stoomfluiten van de stoomvaartuigen vernomen, om de stilte en de kalmte van het firmament, waarin myriaden sterren flonkerden, te storen. Soms steeg een langgerekt geloei tot bij het luchtschip op. Dat werd veroorzaakt door geheele kudden bisons, die de prairi?n doorkruisten om beken en weilanden op te sporen, ten einde hunnen dorst te lesschen en hunnen honger te stillen. En wanneer dat geloei zweeg, dan toch kon het geritsel der grasstengels onder hunne pooten vernomen worden, dat een dof geluid veroorzaakte, niet ongelijk aan het sombere gerol eener overstrooming, en zeer verschillend van het onophoudelijk frrr frrr der schroeven.

Ook werd van tijd tot tijd het gehuil van een wolf, van een vos, van een wilde kat, of van eene cojote vernomen. Deze laatstgenoemde is de canis latrans der geleerden en verdient zijn naam door zijn schel geblaf ten volle.

En ook de doordringende geuren der kruizemunt, der pepermunt, der absinth-planten, der saliestruiken, vermengd met de nog krachtiger geuren der nagelboomen, stegen door de zuivere nachtelijke luchtlagen op.

Eindelijk werd ook nog tusschen al die aardsche kreten soms een akelig geluid vernomen, dat ditmaal niet door cojoten veroorzaakt werd. Dat was de gil van den Roodhuid, waardoor een pionier niet misleid zou worden en derhalve ook niet door dezen voor het geschreeuw van wilde beesten genomen zoude zijn.

Den volgenden morgen, den 15den Juni, verliet Phil Evans tegen vijf uren in den morgen zijne hut. Misschien zou hij dien dag den ingen

ieur Robur ontmoeten.

In ieder geval dreef hem zijne nieuwsgierigheid er toe om zich tot den eersten officier Tom Turner te wenden, ten einde te weten, waarom Robur den vorigen dag niet verschenen was.

Tom Turner, een Engelschman van geboorte, was ongeveer vijf en veertig jaren oud. Hij had een breede borstkas en stevige ledematen, die als door een ijzeren geraamte gestut werden. Daarenboven had hij een zeer groot en karakteristiek hoofd, à la Hogarth, zooals die schilder van alle mogelijke leelijke Angel-Saksische gelaatstrekken met zijn penseel bij dozijnen vermenigvuldigd heeft. Wanneer men de vierde plaat van zijn Harlots Progress wil inzien, dan zal men het hoofd van Tom Turner op den romp van den gevangenbewaarder aantreffen, en dan zal men moeten erkennen, dat diens gelaatstrekken niets vriendelijks en niets aanmoedigends konden aanbieden.

"Zullen wij heden den ingenieur Robur te zien krijgen?" vroeg Phil Evans.

"Dat weet ik niet," antwoordde Tom Turner.

"Ik vraag u niet, of hij uitgegaan is."

"Dat zou toch wel kunnen zijn."

"Wanneer zal hij terugkomen?"

"Klaarblijkelijk, wanneer hij zijne boodschappen verricht zal hebben."

Na dat antwoord stapte Tom Turner zijne roef binnen.

Phil Evans moest zich met dat loopje, hetwelk met hem genomen werd, tevreden stellen. Het antwoord was te minder geruststellend, daar een blik op het kompas aangaf, dat de Albatros in noordwestelijke richting afhield.

Welk contrast kon toen waargenomen worden, tusschen de onvruchtbare streek der Slechte Gronden, die men in den loop van den vorigen nacht verliet, met het landschap, dat zich nu op de oppervlakte der aarde uitspreidde.

Het luchtschip bevond zich thans, na ongeveer duizend kilometers van Omaha af afgelegd te hebben, boven eene streek, die Phil Evans onmogelijk kon herkennen, om de eenvoudige reden, dat hij haar nimmer bezocht had. Eenige forten, die tot bestemming hadden om de Indianen in bedwang te houden, bekroonden met hunne geometrische lijnen en hoeken, die meer door palissaden of paalwerk dan door muren gevormd werden, de bluffs. Weinig dorpen werden ontwaard, en weinig inwoners. Hierin verschilde dit land veel met het goudhoudend grondgebied van Colorado, hetwelk eenige graden meer zuidwaarts gelegen was.

Heel ver, bij den horizon, begon men, evenwel nog zeer onduidelijk, eene opeenvolging van bergtoppen te ontwaren, die door de opkomende zon als met een vurig boord omzoomd werden.

Dat was het Rotsgebergte.

Al dadelijk ondervonden Uncle Prudent en Phil Evans dien ochtend een scherpe koude. Deze temperatuursverlaging kon niet toegeschreven worden aan eene wijziging van het weder, want de zon scheen met volle pracht.

"Dat wordt veroorzaakt, doordat de Albatros hooger in de lucht gestegen is," zei Phil Evans.

Inderdaad de barometer, die buiten de deur der middenroef geplaatst was, werd bevonden op vijfhonderd veertig millimeter gevallen te zijn,-hetgeen op een hoogte van drieduizend meters ongeveer wees. Het luchtschip bleef zich dus op eene vrij aanzienlijke hoogte bewegen en werd daartoe door de afwisselingen van het terrein genoodzaakt. Een uur vroeger toch, had het de hoogte van vierduizend meters moeten overschrijden, want achter het gevaarte verrezen bergen, die door eeuwigdurende sneeuw bedekt waren.

Uncle Prudent noch zijn lotgenoot konden zich herinneren welk land het was, waarboven zij zweefden. De Albatros had gedurende den nacht afwijkingen van den koers met eene buitengewone snelheid naar noord of zuid kunnen maken, en dat was voldoende om hen het spoor bijster te maken.

Nadat zij evenwel de verschillende minder of meer aanneembare vooronderstellingen bepleit hadden, kwamen zij daarin overeen: dat deze streek, omlijst door een kring van bergen, de plek was, die door eene congres-acte in Maart 1872 tot nationaal park van de Vereenigde Staten verklaard was.

Dat was inderdaad een zonderlinge en belangwekkende streek. Zij verdiende werkelijk den naam van park-een park met bergen in de plaats van heuvelen, met meren in de plaats van vijvers, met rivieren in de plaats van beken, met uitgestrekte bosschen tot wandelplaatsen en labyrinthen, en eindelijk met geyzers van eene bewonderenswaardige kracht, in de plaats van fonteinen en waterwerken.

Weinige minuten later gleed de Albatros hoog bovenover de Yellowstone-River, liet den Stevenson-berg ter rechterzijde en kwam boven het groote meer te zweven, dat den naam van dien waterstroom voert. Welke afwisseling in den oeverrand van dit waterbekken, waarvan de strandvlakten met obsediaan-brokken bezaaid waren en met kleine kristallen, welker duizenden facetten de zonnestralen weerkaatsten! Welke grilligheid in het daarstellen der eilanden, die aan de wateroppervlakte verschenen! Welke azuren weerschijn toch door dien onmetelijken spiegel veroorzaakt! En rondom dat meer, een der hoogst gelegenen van den aardbol, welke zwermen, welke wolken van gevogelte, van pelikanen, van zwanen, van meeuwen, van ganzen, van duikeleendjes! Sommige gedeelten der oevers, die zeer steil uit het water oprezen, waren bedekt met groene boomen als dennen, pijnboomen en lorkeboomen, en aan den voet van die steile hoogten rookten ontelbare witte fumarolen. De waterdamp ontsnapte uit dien bodem als uit een onmetelijken vergaarbak, waarin het water door onderaardsche vuren steeds ziedend gehouden werd.

Hier ware voor den kok en hofmeester uitmuntende gelegenheid geweest, om een grooten voorraad forellen op te doen, de eenige vischsoort, die in ontelbare menigte in het Yellowstone-meer aangetroffen wordt. Maar de Albatros bleef steeds op zulke hoogte, dat er niet aan eene vischvangst te denken viel, die anders wel tot de wonderbaarlijke zoude behoord hebben.

Daarenboven het meer werd in minder dan drie kwartieruurs overschreden en een weinig verder de streek der geyzers bereikt, die met de fraaiste van IJsland kunnen wedijveren. Uncle Prudent en Phil Evans lagen over het verschansingsboord gebogen en beschouwden de vloeibare kolommen, die opstegen, alsof zij aan het luchtschip een nieuw element wilden verschaffen. Daar was eerst "de Waaier", die zijne uitstralende waterstralen uitspoot; "het Sterke Kasteel", dat zich als met geschut scheen te verdedigen; "de Oude Getrouwe", met zijne waterzuilen, die zich met regenbogen kroonden; "de Reus", die met zoo'n kracht een loodrechten waterstraal, welke een omvang heeft van twintig voet, loodrecht opwerpt, dat hij eene hoogte van tweehonderd voeten bereikt.

Robur kende voorzeker dat onvergelijkelijk schouwspel, hetwelk eenig op de wereld bestaat; want hij verscheen niet op het dek. Had hij dus alleen voor het genoegen zijner gasten het luchtschip boven dat nationale domein gebracht? Hoe het ook zij, hij onthield zich een bedankje te komen vragen. Hij verscheen zelfs niet bij den stoutmoedigen overtocht van het Rotsgebergte, die tegen zeven uur in den ochtend aanvaard werd.

Het was door eene van die canons, dat de Albatros den doortocht volvoerde. (Bladz. 98).

Men weet, dat deze orographische schikking zich als een onmetelijke ruggegraat uitstrekt van de lendenen af tot aan den hals van Noord-Amerika om zich in de Mexicaansche Andes voort te zetten. Dat is eene ontwikkeling van drie duizend vijfhonderd kilometer, waarboven de James-piek uitsteekt, welker top eene hoogte van bijna twaalf duizend voeten bereikt.

Voorzeker zou de Albatros, wanneer zij hare vleugelslagen verdubbeld had, evenals een vogel met breeden wiekslag, de hoogste toppen van die bergketen hebben kunnen overschrijden, om dan als het ware met één sprong in den Staat Oregon of Utah neer te dalen. Maar die stijging was zelfs niet noodig. Er bestaan bergpassen, die gedogen de keten te overschrijden, zonder den kam te bestijgen. Er worden zelfs verscheidene van die "canons", zooals die smalle bergspleten genoemd worden, aangetroffen, waardoor de Albatros glijden kon. Door de eene, de Bridger genaamd, is de Pacific Railway aangelegd, om op het grondgebied der Mormonen te geraken. De anderen openen zich meer noord- of zuidwaarts.

Het was door een van deze canons, dat de Albatros den doortocht volvoerde. Zij matigde evenwel daarbij hare snelheid, om niet tegen de rotswanden van de bergengte te stooten. De roerganger manoeuvreerde met behendige hand het luchtschip, dat uiterst gevoelig aan het roer gehoorzaamde, zooals hij zou gedaan hebben met een vaartuig eerste klas bij een wedstrijd van de Royal Thames Club. Dat was werkelijk merkwaardig. En hoeveel spijt de beide vijanden van het "zwaarder dan de lucht" ook gevoelden, zoo stonden, zij toch verrukt van bewondering over de volmaaktheid, waarmede dit vaartuig zich door de lucht bewoog.

Binnen den tijd van twee en een half uur was de doortocht door de groote bergketen volbracht en hernam de Albatros hare snelheid van honderd kilometers in het uur. Het vaartuig legde toen zuidwest voor, zoodanig dat het, terwijl het langzaam naar de aardoppervlakte daalde, het grondgebied van den Staat Utah in schuine richting doorsneed. Het was eindelijk zelfs zoodanig gedaald, dat het zich nog slechts op eene hoogte van ongeveer tweehonderd meters bevond, toen eenige fluitstooten de aandacht van Uncle Prudent en van Phil Evans trokken.

Het was een trein van den Pacific Railway, die zich naar de Groote Zoutmeerstad richtte.

In dit oogenblik daalde de Albatros, die aan een geheim bevel scheen te gehoorzamen, nog lager en wel zoo, dat zij den trein, die met volle kracht voortstoomde, volgde. Het luchtschip werd dadelijk opgemerkt. Vele hoofden vertoonden zich aan de ramen van de rijtuigen. Daarop verdrong zich eene menigte reizigers op de balcons, waarvan de Amerikaansche spoorwegrijtuigen voorzien zijn. Eenigen hunner aarzelden niet om op de kap der rijtuigen te klimmen, ten einde die vliegende machine des te beter te kunnen zien. Hip, hip, hoerah! werd er oorverdoovend geschreeuwd; maar dat miste toch de uitwerking, om Robur te voorschijn te doen treden.

De Albatros remde nog meer de werking van hare opstijgingsschroeven, waardoor zij nog meer daalde, en matigde daarbij hare vaart, om den trein niet achter te laten. Zij zweefde daarboven als een onmetelijke tor van het geslacht der schalebijters, die ook wel een reusachtige roofvogel kon zijn. Het luchtschip hield nu eens rechts of links af, schoot dan vooruit, keerde terug, alsof het den kruipenden trein goedertieren wilde inwachten. Fier wapperde daarbij zijn zwarte vlag, met gouden zon in het veld, in den wind, waarop de hoofdconducteur van den trein met den standaard van de Noord-Amerikaansche Vereenigde Staten met zijn zeven en dertig sterren bij wijze van saluut antwoordde.

Tevergeefs wilden de gevangenen van de gelegenheid gebruik maken, om te doen weten, wat van hen geworden was. Tevergeefs brulde de voorzitter van Weldon-Institute, met vervaarlijke stem:

"Ik ben Uncle Prudent van Philadelphia!"

En gilde zijn secretaris Phil Evans, met akelig fausset:

"Ik ben Phil Evans, zijn collega!"

Hun geschreeuw ging te midden van de duizenden hoerahs, waarmede de reizigers hunnen voorbijtocht begroetten, verloren.

Intusschen waren drie of vier der opvarenden van het luchtschip op het dek verschenen. Een hunner greep een eind touw, en stak dat, zooals de zeelieden plagenderwijs doen, wanneer zij een schip voorbijstevenen, dat minder snel vaart dan het hunne, achteruit, alsof hij den trein op sleeptouw wilde nemen.

De Albatros hernam daarop hare vaart, en een half uur later had zij dien sneltrein zoover achter zich gelaten, dat zijn stoompluim ternauwernood nog te ontwaren was en die ook weldra verdween.

Tegen een uur in den namiddag verscheen eene overgroote schijf, die de zonnestralen weerkaatste, zooals een weerscherm van spiegelglas zoude gedaan hebben.

"Dat moet Salt-Lake-City, de hoofdstad der Mormonen zijn," zei Uncle Prudent.

Het was inderdaad de Groote Zoutmeerstad, en die schijf, welke daarginds schitterde, was het ronde dak van het Tabernakel, waarin tienduizend Heiligen gemakkelijk plaats kunnen nemen. Dat dak spreidde evenals een bolgeslepen spiegel de zonnestralen naar alle kanten uit.

Daar was de groote stad gelegen aan den voet van het Wasatch-gebergte, hetwelk ter halver hoogte van de hellingen met ceder- en denneboomen begroeid was. De stad strekte zich langs den Jordaan uit, zooals de rivier genoemd wordt, waarlangs zich de wateren van het Utahmeer in het Groote Zoutmeer uitstorten.

Onder het luchtschip ontwikkelde zich de stad evenals een dambord en was in regelmatigen aanleg aan de meeste Amerikaansche steden gelijk. Maar wat haar van hare zustersteden onderscheidt, is het groote aantal vrouwen, die er verblijf houden. Dit vindt zijne reden in de veelwijverij, die bij de Mormonen geoorloofd is.

Rondom de stad is de landstreek goed bebouwd en overdekt met een rijkdom van vezelplanten. Overigens waren er ook vele weilanden, waarin de kudden schapen bij duizenden konden geteld worden.

Maar ook Great-Salt-Lake-City verdween langzamerhand in den nevel en stevende de Albatros met grootere snelheid in zuidwestelijke richting voort. Die vermeerderde snelheid was zeer merkbaar, daar zij grooter was dan die van den heerschenden wind.

"Waarachtig," zei Phil Evans, "ik geloof...."

"Welnu, ga voort," vroeg Uncle Prudent. "Waarom aarzelt gij? Wat gelooft gij?"

"Wel, dat wij San Francisco nog vóór het invallen van den nacht zullen zien!"

"Welnu, wat zou dat?" antwoordde de voorzitter van Weldon-Institute onverschillig.

Het was ongeveer zes uur des avonds, toen de Sierra Nevada, door den bergpas Truckie, waardoor ook de spoorbaan aangelegd is, overschreden werd. Er bleven toen nog maar driehonderd kilometer af te leggen om, zoo niet San Francisco, dan toch Sacramento, de hoofdplaats van den Staat Californi?, te bereiken.

De snelheid, die de Albatros toen ontwikkelde, was zoo groot, dat het koepeldak van het Kapitool vóór acht uur bij den westelijken gezichteinder verscheen, om niet lang daarna aan den oostelijken weer te verdwijnen.

In dit oogenblik verscheen Robur op het dek. De beide leden van Weldon-Institute traden op hem toe.

"Ingenieur Robur," sprak Uncle Prudent, "wij zijn nu bij de uiterste grenzen van West-Amerika aangekomen. Ik hoop, dat dit gekscheren nu een einde zal nemen."

"Ik gekscheer nimmer, heeren," antwoordde Robur.

Hij gaf een teeken. De Albatros stevende in allerijl naar den grond; maar terzelfder tijd ontwikkelde zij zulk eene snelheid, dat het op het dek niet was om uit te houden en iedereen eene toevlucht in de roeven moest nemen.

Nauwelijks was de deur achter de beide gevangenen gesloten:

"Als het nog wat geduurd had, zou ik hem geworgd hebben," zei Uncle Prudent.

"Dat zou niet voorzichtig handelen zijn."

"Toch had ik het gedaan."

"Wij moeten trachten te vluchten," zei Phil Evans.

"Ja, vluchten!.... Het koste, wat het wil!"

Een diep geluid drong toen tot hen door.

Het was de zee, die op de rotsen van de kuststrook brak.

Dat was de Groote Stille Zuidzee! De koers was toen Noordwest.

Free to Download MoboReader
(← Keyboard shortcut) Previous Contents (Keyboard shortcut →)
 Novels To Read Online Free

Scan the QR code to download MoboReader app.

Back to Top

shares