MoboReader> Literature > Robur de Veroveraar

   Chapter 7 No.7

Robur de Veroveraar By Jules Verne Characters: 24810

Updated: 2017-11-30 00:04


Waarin Uncle Prudent en Phil Evans nogmaals weigeren zich te laten overtuigen.

De geachte voorzitter van Weldon-Institute was buiten zich zelven van verbazing, zijn secretaris en lotgenoot geheel buiten westen. Maar noch de een, noch de andere wilde iets laten blijken van de toch zoo natuurlijke gemoedsstemming, waarin zij zich bevonden.

De bediende Frycollin bemantelde zijn schrik en angst niet, toen hij zich aan boord van zoo'n gevaarte door de ruimte heengevoerd zag. Hij zuchtte, kermde en ontzag zich niet tranen te storten en de handen te wringen; maar in weerwil van dat alles, draaiden de stijgingschroeven inmiddels met verbazende snelheid boven hunne hoofden. Maar, hoe aanmerkelijk die snelheid ook was, zij had kunnen verdriedubbeld worden, inderdaad, wanneer de Albatros hoogere luchtlagen had willen bereiken.

De voortstuwingsschroeven wentelden met vrij gematigden gang en verleenden aan het luchtschip slechts eene horizontale verplaatsing van niet meer dan twintig kilometers in het uur.

Wanneer de passagiers van de Albatros buiten boord beneden zich keken, dan konden zij een lang en bochtig maar vloeibaar lint ontwaren, dat als een eenvoudige beek kronkelde door een zeer geaccidenteerd terrein en te midden van de schitteringen van kleine meren en poelen, die door de schuine stralen der zon getroffen werden. Die beek was evenwel een stroom en nog wel een der meest belangrijke van die streken. Op den linker oever daarvan verhief zich een machtige bergketen, welker voortzetting zich bij den gezichteinder in de nevelen der lucht verloor.

"En zult gij ons nu zeggen," begon Uncle Prudent met een van woede bevende stem. "Zult gij ons nu zeggen...."

"Wat wenscht gij te weten?" vroeg Robur met een sarcastischen glimlach op de lippen.

"Waar wij zijn?"

"Dat zal ik u wel niet mede te deelen hebben, niet waar?" antwoordde de ingenieur.

"Maar zult gij ons dan toch zeggen, waarheen wij gaan?" vroeg de secretaris Phil Evans op zijne beurt.

"Wij gaan door de ruimte."

"Zal ze lang duren, die reis door de ruimte?" vroeg Uncle Prudent.

"Ja, zal ze lang duren?" herhaalde Phil Evans.

"Net zoo lang als noodig zal zijn," was het antwoord van den gezagvoerder van de Albatros.

"Als noodig zal zijn?...."

"Zijt ge dan op reis, om de aarde rond te stevenen?" vroeg Phil Evans spotachtig.

"O, meer dan dat," antwoordde Robur.

"En als die reis ons niet aanstaat?...." vroeg de president Uncle Prudent.

"Het mocht wat!" was het bijtende antwoord; "zij moet u wel aanstaan."

Ziedaar een proefje, een voorsmaak als het ware, van den omgang, die tusschen den gezagvoerder van de Albatros en zijne gasten, om ze niet zijne gevangenen te noemen, zoude bestaan. Maar blijkbaar wilde hij hen den noodigen tijd gunnen, om weer tot zich zelven te komen, om het kunstige toestel te kunnen bewonderen, dat hen door de lucht vervoerde en waarschijnlijk ook om den uitvinder te complimenteeren. Hij beijverde zich dan ook, hen alleen te laten, terwijl hij het dek op en neer stapte van het eene uiteinde naar het andere.

Zij waren dus geheel en al vrij de machineri?n te bezichtigen en de inrichting van het luchtschip te onderzoeken. Zij konden ook hunne aandacht wijden aan het landschap, hetwelk zich in zijne geheele schoonheid onder hen uitspreidde.

"Uncle Prudent," zei de secretaris van Weldon-Institute.

"Wat is er, Phil Evans?" hernam de voorzitter.

"Ziet gij het niet?"

"Wat, Phil Evans?"

"Als ik mij niet vergis, Uncle Prudent, dan zweven wij thans boven het centraal gedeelte van het Canadeesche grondgebied."

"Niet mogelijk, Phil Evans!"

"Neen, ik vergis mij niet. Die stroom, dien wij daar in het noordwesten bespeuren, is de Sint Laurensrivier."

"En die stad daar, die wij achter ons laten, Phil Evans?" vroeg Uncle Prudent.

"Wel, dat is Québec."

Inderdaad, dat was de oude stad van Champlain, wier blikken daken als zoovele spiegels de zonnestralen weerkaatsten.

"Maar Québec ligt op den zes en veertigsten graad noorderbreedte," bromde Uncle Prudent.

Juist, de Albatros heeft dus dien afstand van Philadelphia tot hier in weinige uren afgelegd, en dat verklaart ons het vroege dag-worden en den abnormalen duur van den dageraad."

"Maar kan het wel mogelijk zijn?"

"Of het mogelijk kan zijn, weet ik niet," antwoordde Phil Evans, "maar dat het zoo is, kan ik bevestigen. Ja, zeker is het Québec, die amphitheatersgewijze gebouwd is. Zie, daar is de heuvel, waarop hare citadel verrijst. Die citadel, die het Gibraltar van Noord-Amerika genoemd kan worden!"

"En die torens daar, wat zijn dat?"

"Dat zijn de Engelsche en Fransche kerken."

"En dat gebouw daar, waarboven de Britsche vlag wappert?"

"Dat is het kantoor van in- en uitgaande rechten, de 'Douane' genaamd."

Uncle Prudent was nog niet geheel en al met zijne vragen en Phil Evans met zijne uitleggingen gereed, toen de hoofdstad van Canada reeds aan den horizon begon te verbleeken en zich minder duidelijk voordeed. Het luchtschip geraakte nu in eene bank van kleine wolken, die het gezicht van de aardoppervlakte langzamerhand sluierden.

Robur meende toen te bemerken, dat de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute hunne aandacht weer op de uiterlijke bouworde van de Albatros vestigden. Hij naderde derhalve en zeide:

"Welnu, heeren, gelooft gij thans aan de mogelijkheid van de luchtvaart...?"

Uncle Prudent en Phil Evans gromden iets binnensmonds, zonder zich evenwel begrijpelijk uit te drukken.

"Aan de mogelijkheid der luchtvaart door middel van toestellen zwaarder dan de lucht?" ging Robur onverstoorbaar voort.

Het zou moeielijk geweest zijn de feiten te loochenen, die zij onder de oogen hadden. Toch bleven Uncle Prudent en Phil Evans grommen en zwijgen.

"Gij antwoordt niet?" vroeg Robur met een bijtenden glimlach op de lippen.

Geen geluid werd vernomen.

"Misschien belet u de honger te spreken?" vervolgde de ingenieur. "Heb ik het geraden?.... Welnu, al heb ik mij tot taak gesteld, u door de lucht te laten reizen, zoo heb ik toch niet op mij genomen, u met die weinig voedzame stof te laten maaltijden. Kom, volgt mij, uw ontbijt wacht u."

Daar Uncle Prudent en Phil Evans een knagenden honger gevoelden, begrepen zij, dat het nu het oogenblik niet was om complimenten te maken of moeielijkheden op te werpen.

"Daarenboven," dachten zij, "een maaltijd bindt ons tot niets. Als die Robur ons weer op aarde zal teruggebracht hebben, zullen wij onze vrijheid van handelen weten te hernemen."

Beiden werden toen naar de achterroef geleid, waar zij een kleine "dining-room" binnentraden. Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel, waaraan zij gedurende de reis afzonderlijk zouden eten.

De schotels bevatten verschillende verduurzaamde levensmiddelen en daaronder ook een soort brood, hetwelk uit gelijke deelen meel en tot poeder gestampt vleesch bestond en waarin eenig spek gebakken was. Dat brood, gekookt in water, gaf eene heerlijke soep. Vervolgens waren er sneden gebakken ham en bestond de drank uit thee.

Ook was de knecht Frycollin niet vergeten. Ook hij had in het vooruit eene krachtige soep gevonden, van hetzelfde brood gemaakt. Maar het moet erkend worden, dat hij weinig eetlust had. En poogde hij ook al te eten, dan was dat, omdat hij toch honger gevoelde en zijn maag hem dwong. Maar met smaak ging het toch niet, daartoe klapperden zijne kakebeenen te zeer van angst.

"Als het eens brak!.... Als het eens brak!...." herhaalde de ongelukkige neger voortdurend tusschen twee happen.

En hij huiverde inderdaad bij die gedachte. En niet zonder redenen! Denk er toch eens om! Een val van eene hoogte van vijftienhonderd meters zou hem tot brij verpletterd hebben!

Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans verschenen een uur later weer op het dek. Maar Robur was er niet meer. Op het achterschip stond de roerganger in eene soort glazen kast, die hem tegen de guurheid van de atmosfeer moest beschutten, hield het oog op het kompas gevestigd en hield nauwkeurig en zonder de minste aarzeling het luchtschip in de stuurstreek die hem door den ingenieur aangegeven was.

Het overige gedeelte van het personeel van het luchtgevaarte was beneden, waarschijnlijk bezig met ontbijten.

Slechts een hulp-machinist, die de wacht bij de werktuigen had, wandelde onvermoeid het dek op en neer van de voorroef naar de achterroef.

De beide gevangenen moesten erkennen, dat de snelheid van beweging van het luchtschip groot was, hoewel zij, in weerwil dat de Albatros buiten de wolkenstreek getreden was, en de oppervlakte der aarde op een afstand van vijftienhonderd meters onder hen zichtbaar was, zich van die snelheid slechts een onvolmaakt denkbeeld konden vormen.

"Het is niet om er aan te gelooven," zei de secretaris Phil Evans hoofdschuddend.

"Dat doe ik dan ook maar niet," antwoordde de voorzitter Uncle Prudent nurksch.

Beiden stapten toen naar het voorschip en lieten hun blik langs den geheelen gezichteinder waren.

"Kijk, daar doemt eene andere stad op!" zei Phil Evans.

"Waar?" vroeg Uncle Prudent, terwijl hij ongeduldig den hals reikte en uitkeek.

"Wel, daarginds!" antwoordde de secretaris, die den wijsvinger in zuidwestelijke richting uitstak.

"Herkent gij haar?"

"Wel zeker. Mij komt het voor dat het Montréal is."

"Montréal, Phil Evans?"

"Montréal, Uncle Prudent!"

"Maar het is hoogstens twee uren geleden, dat wij over Québec heengevaren zijn!"

"Welnu, dat bewijst...."

"Wat?"

"Dat dit gevaarte zich voortbeweegt met eene snelheid van minstens vijf en twintig uren gaans in het uur."

En inderdaad, dat was de snelheid van het luchtschip. Het was merkwaardig, dat de passagiers daarvan den invloed niet ondervonden. Maar de reden daarvan was, dat de vaart in de richting van den wind geschiedde. Hadde er windstilte geheerscht, dan voorzeker zouden zij het wel gewaar zijn geworden, want de aangeduide snelheid was nagenoeg die van een sneltrein. Bij tegenwind zou het doorstaan van zulk snijden tot de onmogelijkheden moeten gerekend worden.

De secretaris Phil Evans had zich inderdaad niet vergist. Onder de Albatros verscheen Montréal, welke stad geheel herkenbaar was door de Victoria-Bridge, eene buisbrug, welke de Sint Laurensrivier, evenals de viaduct van den spoorweg te Veneti? de lagune overspant. Daarna onderscheidde men de breede straten der stad, hare onmetelijke magazijnen, het paleis harer bankinrichtingen, hare kathedraal, eene basiliek of domkerk, die kort geleden naar het model der Sint Pieterskerk te Rome gebouwd is, eindelijk de Mont-Royal, een heuvel, die de geheele stad beheerscht en op welks top en hellingen men een overheerlijk park heeft aangelegd.

Het was waarachtig gelukkig, dat de secretaris Phil Evans vroeger reeds de voornaamste steden van Canada bezocht had. Hij was daardoor in staat ettelijken harer te herkennen, zonder tot Robur behoeven zijne toevlucht te nemen, om inlichtingen in te winnen.

Na Montréal zweefden zij zoo omstreeks tegen half twee in den namiddag over Ottawa in het oosten gelegen. De watervallen, in de nabijheid dier stad aanwezig, verschenen, als een overgroote ketel, die flink gestookt werd. Het deed zich voor, alsof de ziedende schuimmassa in breede golvingen overkookte en dit veroorzaakte een indrukwekkend schouwspel, van uit den hooge gezien.

"Daar is het Parlements-paleis!" riep Phil Evans uit.

En hij toonde een gebouwtje, dat veel had van een stuk speelgoed uit een Neurenberger doos, hetwelk door een kinderhand op een heuveltje geplaatst zoude zijn. Dat speelgoed met zijnen uiteenloopenden bouwtrant geleek evenveel op het Londensche Parliament-House als de kathedraal van Montréal op de Sint Pieterskerk van Rome zou gelijken, maar dat kon onze reizigers weinig schelen. Het voornaamste voor hen was, dat het onbetwistbaar was, dat die stad Ottawa was.

Zij begon evenwel zich ook in den nevel te verliezen en vormde weldra niet meer dan een soort lichtgevend punt in de nabijheid van den gezichteinder op den grond.

Het was twee uren ongeveer, toen Robur weer op het dek verscheen. Hij was thans vergezeld van Tom Turner, zijn eerste officier. Tot dezen sprak hij slechts drie woorden. Tom Turner bracht die bij de beide stuurlieden over, welke bij de voor- en achterroeren post gevat hadden. Op een enkelen wenk wijzigde de roerganger den koers van de Al

batros in dier voege, dat het luchtschip twee graden meer naar het zuidwesten afviel. Uncle Prudent en Phil Evans konden tegelijkertijd ontwaren, dat de voortstuwingsschroeven eene grootere kracht ontwikkelden en dus aan het luchtschip eene grootere snelheid verleenden.

De snelheid had evenwel verdubbeld kunnen worden, waardoor zij alle werktuigen van voortbeweging, op den vasten bodem gebruikt, hoe volmaakt ook, in de schaduw zou gesteld hebben.

Dat de lezer er over oordeele! De torpilleurs of torpedobooten kunnen vijf en twintig knoopen of veertig kilometers in het uur afleggen. De treinen op de Engelsche en Fransche spoorwegen bereiken honderd kilometers. De ijsschuiten of beter gezegd de schuiten op schaatsen, leggen op de bevrozen rivieren van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika honderd vijftien kilometers af. Een locomotief met eene uiterst krachtige machine van kamraderen, in de werkplaatsen van Patterson te New-York vervaardigd, volbrengt honderd dertig kilometers in het uur op de spoorweglijn van het Erie-meer, en eene andere locomotief legde eens tusschen Trenton en Jersey honderd zeven-en-dertig af.

Nu kon de Albatros, wanneer zij hare voortstuwingsschroeven met volle kracht liet werken eene snelheid bereiken van tweehonderd kilometers in het uur, hetgeen ongeveer vijftig meters in de seconde maakt.

Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel. (Bladz. 78.)

Welnu, dat is de snelheid van een orkaan, die boomen ontwortelt en huizen van hunne daken berooft. Bij een windstoot gedurende een onweder werd te Cahors in Frankrijk op den 21sten September 1881 eene snelheid van honderd vier en negentig kilometers gemeten. Dat is de gemiddelde snelheid van een reisduif, welker vlucht slechts voorbijgestreefd wordt door die van de gewone zwaluw, welke zeven en zestig meters, en door die van de gierzwaluw, welke negen en tachtig meters in de seconde bedraagt.

In één woord, de Albatros zou, zooals Robur beweerd had, wanneer zij hare schroeven met volle kracht liet werken, de reis rondom de wereld in tweehonderd uren, dat wil zeggen: in minder dan acht dagen kunnen volvoeren!

Dat de aardbol op dat tijdstip ook al vierhonderd vijftig duizend strekkende kilometers aan spoorwegen bezat,-hetgeen tusschen twee haakjes gezegd, gelijk staat met elf malen den omtrek der aarde, bij den Evenaar gemeten,-kon natuurlijk bij de vliegende machine niet in aanmerking komen. Had zij niet het geheele luchtruim tot steunpunt!

Hebben wij thans nog noodig er bij te voegen, dat het dit luchtgevaarte was, hetwelk de belangstelling der menigte van de twee halfronden der aarde in de hoogste mate had beziggehouden? Ja, het was het luchtschip van den ingenieur Robur, dat gezien was; en het was de trompet van Tom Turner, die hare schetterende fanfare had laten hooren. Die vlag, welke op de voornaamste gedenkteeken van Europa, Azi? en Amerika geplant was geworden, was de banier van Robur de Veroveraar, die hij zoo fier op de Albatros ontplooide.

Het is waar, tot nu toe had de ingenieur eenige voorzorgen genomen, om niet herkend te worden en had hij bij voorkeur des nachts gereisd, waarbij hij zijn luchtschip dan electrisch verlicht had; terwijl hij overdag gewoonlijk achter eene wolkenbank schuil gegaan was. Maar dat tijdperk was thans voorbij. Hij scheen nu zijne uitvinding niet meer in een geheimzinnig waas te willen verbergen.

Hij was nu te Philadelphia gekomen en in de zittingzaal van Weldon-Institute binnengedrongen, uitsluitend en alleen om van zijne uitvinding mededeeling te doen en om ipso facto de meest-ongeloovigen te bekeeren en te overtuigen.

Men weet hoe hij door het bestuur en de leden ontvangen was geworden en men zal zien welke weerwraak hij op den voorzitter en den secretaris van die club wenschte te nemen.

Robur was intusschen zijn beide gevangenen genaderd. Deze namen het voorkomen aan, alsof zij zich volstrekt niet verwonderden over hetgeen zij zagen en over hetgeen zij ondervonden. Onder het schedelgewelf van die twee Anglo-Saksische dikkoppen bestond klaarblijkelijk eene stijfhoofdigheid, die moeielijk te ontwortelen zoude zijn.

Van zijn kant wilde Robur zelfs niet laten blijken, dat hij dit bemerkte. Hij hernam dan ook, alsof hij een gewoon gesprek voortzette, hetwelk toch gedurende meer dan twee uren afgebroken was geweest:

"Gij doet u zeker de vraag, heeren," zeide hij, "of dit toestel, hetwelk zoo uitnemend geschikt voor de luchtvaart is, eene grootere snelheid dan thans deelachtig kan zijn?"

Geen der beide aangesprokenen bewoog ook maar de lippen. Zij waren stom als een visch.

"Mijn luchtschip zou niet waardig zijn de ruimte te beheerschen," ging Robur voort, "wanneer het niet in staat was, om als het ware die ruimte te verslinden. Ik heb gewild, dat de lucht voor mij een degelijk en vertrouwbaar steunpunt zoude zijn en, ziet, zij is het! Ik heb begrepen, dat om den strijd tegen den wind te kunnen voeren, ik eenvoudig sterker dan hij moest zijn, en ziet, ik ben sterker dan de wind. Ik heb geen zeilen noodig om mij heen te voeren; ik heb geen roeiriemen of raderen noodig om mij voort te bewegen, ook geen rails om mij een meer gemakkelijken weg te bereiden. Ik heb slechts lucht noodig, dat is alles. Slechts de lucht, die mij omringt, zooals het water het onderzeesche schip omgeeft, slechts de lucht, waarin ik mij met mijne voortstuwingsbladen inschroef als de schroeven van een stoomschip."

De beide Philadelphi?rs zwegen steeds.

"Ziedaar," ging Robur voort, "hoe ik het vraagstuk der vliegkunst opgelost heb. Ziedaar, wat een ballon evenmin als ieder ander toestel, lichter dan de lucht, nimmer zal kunnen volvoeren."

Bij deze laatste woorden keek de ingenieur zijn gevangenen uitdagend aan. Maar dezen volhardden in hun stilzwijgen, hetgeen den spreker niet van zijn stuk bracht. Hij vergenoegde zich even te glimlachen en ging toen op vragenden toon aldus voort:

"Wellicht vraagt gij u nog af, of de Albatros aan de kracht om zich horizontaal voort te kunnen bewegen, ook een gelijke kracht paart om zich in loodrechte richting te verplaatsen; met andere woorden: of mijn luchtschip, wanneer het de bovenluchtlagen wenscht op te zoeken, met een luchtballon zal kunnen wedijveren? Welnu, ik zou u niet aanraden om de Go ahead in het strijdperk met de Albatros te laten treden."

De beide clubgenooten hadden eenvoudig de schouders minachtend opgetrokken. Maar dat was het juist, wat de ingenieur verwachtte.

Hij gaf een teeken. De voortstuwingsschroeven stonden oogenblikkelijk stil. Vervolgens bleef de Albatros, na nog over eene uitgestrektheid van eene mijl door zijne vaart voortgedreven te zijn, onbeweeglijk zweven.

Op een tweede gebaar van Robur bewogen de opstuwingsschroeven zich met zulk eene snelheid, dat men haar met die der sirenen, in de gehoorkundige proeven gebezigd, zoude hebben kunnen vergelijken. Hun frrrgeluid steeg ongeveer eene octaaf in de toonladder, hoewel de omvang van het geluid verminderde door de toenemende ijlheid der lucht. Het toestel steeg toen loodrecht naar boven, evenals een leewerik, die zijn welluidend gezang door de ruimte laat weerklinken.

"Baas!.... Meester!...." riep Frycollin ten toppunt van angst uit. "Als de boel maar niet breekt!"

Een minachtende glimlach was het eenige antwoord van Robur.

Binnen weinige minuten had de Albatros een hoogte van twee duizend zeven honderd meters bereikt, hetgeen den gezichtskring op een omtrek van zeventig mijlen uitbreidde. Daarop steeg het luchtschip tot vier duizend meters, hetgeen door den barometer aangewezen werd, die op vier honderd tachtig millimeters viel.

Toen die proef genomen was, daalde de Albatros weer. De vermindering van luchtdruk in de bovenste atmospherische lagen heeft eene vermindering van zuurstof in de lucht en bijgevolg ook in het bloed ten gevolge. Daarin bestaat de oorzaak der ernstige ongevallen, die sommigen luchtvaarders getroffen hebben. Robur vermeende, dat het onnoodig was, zich aan dat gevaar bloot te stellen.

De Albatros daalde dus tot op de hoogte, die zij bij voorkeur scheen te willen houden. Toen hare voortstuwingsschroeven in beweging gesteld waren, hernam zij hare snelle vaart in zuidwestelijke richting.

"Welnu, heeren," sprak Robur met ietwat spotachtigs in zijne stem, "als gij u die vraag inderdaad gesteld hebt, dan zult gij haar nu wel kunnen beantwoorden."

Daarop boog hij voorover, leunde met het bovenlijf op de verschansing en verdiepte zich in de beschouwing van het verrukkelijke schouwspel, hetwelk de aarde onder zijne voeten ontrolde.

Toen hij een poos later het hoofd weer ophief, stonden de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute vlak voor hem.

"Ingenieur Robur," sprak Uncle Prudent, die te vergeefs trachtte zijne zelfbeheersching te bewaren, "ingenieur Robur, wij hebben ons geene zoodanige vragen gesteld, als gij schijnt te gelooven. Maar wij wenschen u een vraag te doen, en wij rekenen er op, dat gij haar zult willen beantwoorden."

"Spreek!"

Stond de roerganger in een soort glazen kast. (Bladz. 78).

"Krachtens welk recht hebt gij ons in Fairmont Park te Philadelphia aangevallen? Krachtens welk recht hebt gij ons hier in eene cel opgesloten? Krachtens welk recht vervoert gij ons tegen onzen wil,-versta mij goed: tegen onzen wil-aan boord van dit vliegende werktuig?"

"En krachtens welk recht, heeren ballonisten," vroeg Robur op zijne beurt, "hebt gij mij in uwe Club beleedigd, uitgejouwd, bedreigd, en wel zoodanig, dat het mij verwondert, dat ik levend buiten uwe vergaderzaal geraakt ben?"

"Ondervragen is niet antwoorden," hernam Phil Evans gebelgd.

"Dat is eene onbetwistbare waarheid; maar...."

"Kom, kom, geen praatjes!" viel de driftige secretaris in. "Gij hebt slechts te antwoorden op de vraag: krachtens welk recht hebt gij gehandeld?"

"Wilt gij dat weten?"

"Als je blieft."

"Welnu, krachtens het recht van den sterkste."

"Dat is hondsch!"

"Toegegeven; maar het is zoo!"

"En hoelang, burger ingenieur," vroeg Uncle Prudent, die ten lange laatste losbarstte, "en hoelang zult gij de vermetelheid hebben, om dat recht van den sterkste uit te oefenen?"

"Maar, mijne heeren," antwoordde Robur ironisch, "hoe kunt gij mij toch zulke vraag doen, wanneer gij slechts uwen blik naar beneden te wenden hebt, om een schouwspel te genieten, dat zijns gelijken op de geheele wereld niet heeft?"

"Gij spot, mijnheer!" kreet de voorzitter van Weldon-Institute verwoed.

"Volstrekt niet. Kijk slechts!"

De Albatros spiegelde zich toen in de onmetelijke oppervlakte van het meer Ontario. Zij was over de streken gezweefd, die door Fenimore Cooper zoo dichterlijk beschreven zijn. Daarna volgde het luchtschip den zuidelijken oever van dat uitgestrekte zoetwaterbekken en richtte zijn koers naar de beroemde rivier, die hem het water van het Erie-meer toevoert en die ter halve wege tusschen de beide meren, den prachtigsten waterval der geheele wereld vormt.

Gedurende een oogenblik steeg een plechtig geluid, een gegrom als van een verwijderd onweder naar het luchtschip op. De atmospheer koelde zeer merkbaar af. Het was alsof een kille vochtige neveldamp zich in de lucht uitspreidde.

Onder de Albatros stortten zich vloeibare massa's in den vorm van een hoefijzer naar beneden in de diepte. Men zou gemeend hebben een stroom van gesmolten kristal te zien, te midden van duizenden regenbogen, die door de weerkaatsing, welke de zonnestralen ontleedden, gevormd werden. Dat was inderdaad een verheven schouwspel.

Voor den waterval verbond een loopbruggetje, dat, van uit de hoogte gezien, zich als een gespannen draad voordeed, den eenen oever met den anderen. Een weinig verder op een afstand van drie mijlen benedenstrooms, was eene hangbrug gespannen, waarop toen juist een spoortrein voort scheen te kruipen, die van den Canadaschen oever naar den Amerikaanschen stoomde.

"De Niagara-waterval!" riep de secretaris Phil Evans bewonderend uit.

Die kreet ontsnapte hem, terwijl de voorzitter Uncle Prudent hem met een verwijtend oog aankeek en voor zich zelven alle moeite deed om niets van die wonderen te bewonderen.

De Albatros had eene minuut later de rivier overschreden, die de grensscheiding uitmaakt tusschen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en de Britsche kolonie Canada, en zweefde thans boven het uitgebreide grondgebied van de onmetelijke Republiek.

Free to Download MoboReader
(← Keyboard shortcut) Previous Contents (Keyboard shortcut →)
 Novels To Read Online Free

Scan the QR code to download MoboReader app.

Back to Top

shares